U bent hier

Co-ouderschap, bezoekregeling of trouw

Co-ouderschap, bezoekregeling of trouw Sunday, 27 April, 2014 - 20:38 Analyse Volgens twee kinderpsychiaters is co-ouderschap niet erg voordelig voor kleine kinderen. Deze boodschap was te horen in zowat alle Vlaamse media. Zij stellen voor dat het kind bij één ouder moet wonen, waarbij de andere enkel een bezoekregeling krijgt. Dit heeft echter ook zware nadelen, aangezien het de andere ouder belemmert om nog een belangrijke rol te spelen in het leven van het kind. Een scheiding is in feite op zich al schadelijk voor het kind, maar zelfs dan blijft het belangrijk dat beide ouders een bron blijven van verantwoordelijkheid en liefde voor het kind. De psychiaters erkennen dit belang wel, maar houden er eigenlijk weinig rekening mee. Ook de maatschappelijke discussies over dit onderwerp laat zwaar te wensen over, zoals besproken in het artikel 'Debat Co-ouderschap wijst op nieuw taboe'. Nu moet ik de lezer wel waarschuwen, een bespreking van dergelijke fundamentele menselijke keuzes voor kinderen, scheiding, co-ouderschap, kan nooit alle nuances bevatten, elk leven is anders. Dit artikel breekt een lans voor vooral het klassieke gezin, maar zelf ken ik echtscheidingen die een vreselijke situatie draagbaarder hebben gemaakt, of ten minste de bestaande problemen niet dramatisch verergerden. Niettemin verslechteren veel echtscheidingen de situatie wel sterk. Erover zwijgen is dus geen optie, taboes lossen geen problemen op. Studies voor/tegen co-ouderschap Scheiding‘Alle wetenschappelijke studies, ondersteund door wat we in onze praktijk zien, wijzen erop dat co-ouderschap voor (zeer) jonge kinderen hun ontwikkeling negatief kan beïnvloeden,’ zo stellen de psychiaters. ‘Een week-week-regeling mag niet worden toegepast onder de zes jaar’, zo lezen we verder. De psychiaters willen dus de huidige praktijk, een regeling die soms zeer moeizaam is bekomen tussen de beide ouders, helemaal afschaffen – bij jonge kinderen toch. Er bestaan echter wel degelijke studies die besluiten dat kinderen die zonder de echte vader opgroeien – want daar komt het meestal op neer als co-ouderschap niet mogelijk is – het gemiddeld veel minder goed doen op school. Zelfs een stiefvader bleek die rol niet zo goed te kunnen overnemen, ook een bezoekregeling is hier zeker niet afdoende. Zie hiervoor het boek ‘De afwezige vader bestaat niet’ van ontwikkelingssocioloog Irene Zwaan, ook al besproken in ‘Biologische vader komt in de kou te staan’. Zij steunt ook zowel op een brede waaier van wetenschappelijke studies als op de praktijk, en stelt co-ouderschap wel voor als valabele oplossing. Vaders moeten kunnen vaderen Co-ouderschap heeft natuurlijk veel nadelen voor het kind, dat is evident. Het is moeilijk zich te hechten aan een thuis als dat er twee zijn. Niettemin, het afschaffen van co-ouderschap is sterk nadelig voor de band van het kind met de natuurlijke ouder die het hoederecht niet heeft gekregen, meestal de vader. Zijn rol is namelijk complementair aan die van de moeder: de vader is de avonturier, de doener, het venster naar de buitenwereld – terwijl de moeder voor nestwarmte zorgt. De psychiaters zijn zich hier wel enigszins bewust van en stellen een bezoekregeling voor, maar werkt zoiets wel in de praktijk? Alsof een vader kan vaderen als zijn inbreng zo sterk in tijd en plaats wordt beperkt? Als hij zo weinig heeft te zeggen speelt hij enkel nog het ongezonde ‘rolmodel’ van de machteloze man die zich aan de vrouw moet onderwerpen om de gunst te krijgen en om cadeautjes aan het kind te geven ter compensatie van zijn afwezigheid. Zeker als de moeder bewust is van haar eigen macht, en hiervan misbruik maakt, is dat een heuse belemmering. Dat is in de praktijk zeker geen hypothetisch gevaar. Het bezoekrecht van de vader (of soms de moeder) verwordt zo tot een pijnlijke symbolische regeling zonder dat er een diepe band tussen vader en kind kan groeien. Het huwelijk als veilig nest Dat co-ouderschap als imperfecte oplossing wordt voorgesteld valt te begrijpen, de nadelen eraan verbonden zijn evident. Wie in deze context spreekt over meer aandacht voor de behoeften van het kind zou toch ten minste het hoge cijfer echtscheidingen moeten aanklagen. De psychiaters doen dat echter niet, en de verschillende media die hun boodschap hebben herhaald lijken dat ook te laten. Neem nu een vechtscheiding: een aanhoudende ruzie is de aanleiding voor een echtscheiding, maar net hierdoor neemt die ruzie nog enorm in intensiteit toe, waardoor de ruzie in een regelrechte vijandschap omslaat. In een dergelijke mate zelfs dat de weg terug niet meer mogelijk is. De ruzie zorgt voor een hevig gevecht om het hoederecht van de kinderen, aangepord – of ten minste niet afgeremd – door hun advocaten. Het klimaat kan zelfs zo verziekt zijn dat na het oordeel van de rechter de oorlog om het kind gewoon verdergaat. Ouders die hun kinderen opzetten tegen hun vroegere wederhelft zijn niet dun gezaaid. Het is twijfelachtig dat zij nu tot kalmte worden aangemaand, als ze horen dat hun moeizaam bekomen co-ouderschap onder vuur ligt en één van beiden – alvast in hun ogen – alles zal moeten verliezen. Ook rechters zullen zeker in hun besluit beïnvloed worden door experten zoals kinderpsychiaters. Men spreekt bij scheidingen altijd over de nadelen voor de kinderen, maar dergelijke problemen zijn ook sterk nadelig voor de ouders. Eén van de twee heeft het dikwijls niet eens gewild. Eén van de twee (dikwijls de moeder) vindt moeilijker een nieuwe partner. Beiden hebben ze de gevolgen van hun daden minder zwaar ingeschat, en worden meegesleurd in een voor iedereen moeilijke situatie. Ook bij de kalmere echtscheiding is dat dikwijls zo. Partners verwachten vandaag zo veel van elkaar – vriendschap, liefde, verantwoordelijkheid, aandacht, avontuur, … Met de jaren komt er als vanzelf een sleur over al deze punten, maar of het gras groener is aan de andere kant is nog de vraag. Komt het in deze optiek niet al te vaak neer op scheiden om uiteindelijk met de nieuwe partner gelijkaardige problemen te krijgen? Kinderen komen voorop, of toch niet? Het kind moet voorop komen, daar schermt vandaag iedereen mee. Niettemin geeft iedereen hier een eigen interpretatie aan. Psychiaters kijken natuurlijk vooral naar de psychologische gezondheid van het kind, maar ook dit is een eenzijdige blik: deze gezondheid kan niet los gezien worden van de relatie met beide ouders. Een psychiater onderzoekt echter niet zo snel relaties. Is dit een gedeeltelijke verklaring voor de eenzijdigheid in hun advies? Als kinderen echt wel voorop zouden moeten gaan, waarom zijn er vandaag dan zo veel uit de hand lopende echtscheidingen? Ouders vormen de wortels van het kind, en kunnen er niet volledig los van worden gezien. Wie geen oog heeft voor het welbevinden van de ouders, zorgt dus voor rotte wortels voor het kind. Het kind neemt dus deel aan een organisch weefsel waar ook de ouders toe behoren. Wie dit beseft, ziet niet enkel een kind, een moeder en een vader, maar ook een kind-moeder, kind-vader, moeder-vader, en kind-moeder-vader relatie: om het even welk van deze relaties doorsnijden is een verlies. Hoe duurzamer de relaties, hoe gezonder ook de individuen. Onze individualistische samenleving geeft echter steeds minder plaats aan duurzame relaties door de nadruk op individuele levenskeuzes. Het familiale weefsel kan om verschillende redenen onder druk komen, dat hoeft geen echtscheiding te zijn. In extreme gevallen moet er zeker ingegrepen worden, zoals bij seksueel misbruik of zware verwaarlozing. Deze uitzonderingen mogen ons echter niet doen twijfelen aan de waarde van het klassieke gezin, indien niet misbruikt om de interne problemen toe te dekken met een torenhoog taboe. Vandaag zien we echter de contouren van een ander taboe: waar vroeger een echtgescheiden persoon scheef werd aangekeken, is men vandaag eerder geneigd om een echtscheiding louter als oplossing te zien. Het oude idee dat een echtscheiding automatisch verdacht moet worden is vervangen door een taboe om een echtscheiding als een probleem aan te zien – alvast in openbare discussies. Van de ene blindheid naar de andere. Co-ouderschap of niet? Samenblijven heeft dus een belangrijk nut, zelfs in moeilijke tijden. Zowel voor de ouders als de kinderen kan dat – zeker op langere termijn – beter zijn. Als dit toch niet lukt, dan is het in het voordeel van zowel de ouders als de kinderen dat beide ouders hun unieke rol blijven spelen. Co-ouderschap is niet perfect, maar toch een valabele optie. De bekommernissen van de psychiaters om het kleine kind hebben zeker een grond, maar hun aanbevelingen zijn te streng en blijken in de praktijk veelal onrealistisch. Eens het klassieke gezin niet blijkt te werken, om welke reden dan ook, kan de oplossing enkel nog een afweging van minder goede opties zijn. De beste oplossing blijft het klassieke gezin, wat spijtig genoeg niet in alle situaties realistisch is. Rob Lemeire, vader en kernredacteur De Bron. De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. - See more at: http://de-bron.org/content/co-ouderschap-bezoekregeling-trouw#sthash.e5w...